KFPS Royal Friesian

Nieuws

Veulen vatbaar voor Lawsonia

14/04/2021

Dierenarts Gerrit Kampman zag een Friese merrie met haar paar maanden oude veulen uit de trailer komen bij Dierenkliniek Den Ham. Hij zegt: ‘Het veulen was erg mager en lusteloos en ze bleek koorts te hebben. De eigenaar vertelde dat hij het veulen nog niet had ontwormd. Het stellen van de juiste diagnose bij deze, toch wel erg algemene, symptomen is best lastig.’

Laag eiwitgehalte

Een eerste stap in het stellen van de diagnose was een bloedonderzoek, die via een sneltest op de kliniek uitgevoerd werd. Hieruit kwam naar voren dat het eiwitgehalte (albumine) in het bloed van het veulen heel erg laag was. Deze uitslag wees naar een infectie met de Lawsonia intracellularis bacterie, die bij paarden equine proliferatieve enteritis (EPE) veroorzaakt, een ontsteking in de dunne darm. Deze bacterie komt in Nederland inmiddels overal voor en paarden kunnen er in meer of mindere mate mee in aanraking komen, bijvoorbeeld via uitwerpselen van besmette ratten en muizen. Maar ook bijvoorbeeld vogels, vossen en schapen kunnen besmet zijn.

Antistoffen

Een gezond paard met een goede weerstand zal een milde besmetting met de Lawsoniabacterie zonder al te veel problemen doorstaan en antistoffen aanmaken. Uit onderzoek is gebleken dat hoe ouder een paard is, hoe meer antistoffen tegen Lawsonia in het bloed aanwezig zijn. Veulens hebben nog geen weerstand tegen deze ziekteverwekker opgebouwd. Ze krijgen de antistoffen wel binnen via de biest van de moeder, maar na een maand of twee neemt de bescherming via de biest af. Als een veulen door omstandigheden een verminderde weerstand heeft, bijvoorbeeld door een forse wormbesmetting, en vervolgens met de Lawsoniabacterie in aanraking komt, kan het EPE ontwikkelen en erg ziek worden. Kampman ziet op zijn praktijk EPE vaker bij oudere, reeds afgespeende, veulens die naar de opfok zijn gegaan.

Mestonderzoek

‘Om zeker te weten dat bij het Friese merrieveulentje Lawsonia de boosdoener was, is er ook mestonderzoek gedaan,’ geeft Kampman aan, ‘de afgenomen mestmonsters bevestigden de aanwezigheid van de Lawsona bacterie’. Het Friese veulentje heeft de bacterie via de mond, via voeding of water, binnen gekregen. De bacterie komt na opname in de dunne darm aan, waar het zich aan de darmwand, de darmcellen, hecht. De darmcellen gaan zich onder invloed van de Lawsoniabacterie sterk delen waardoor de darmwand dikker wordt. Bij een echografisch onderzoek van de buik is bij een veulen met EPE de verdikte darmwand goed te zien. Kampman stelt: ‘Het vaststellen van de Lawsoniabacterie bij een veulen is essentieel omdat het veulen zelden uit zichzelf een infectie te boven komt. Is EPE vastgesteld en tijdig met de antibioticabehandeling gestart, dan herstellen veulens meestal goed’. Lees het volledige praktijkverhaal van drs. Gerrit Kampman in Phryso mei