Fokprogramma het Friese Paard
1. Gegevens organisatie
Naam: Koninklijke Vereniging ‘Het Friesch Paarden-Stamboek’
KvK-nummer: 40001206
Adres: 9200 AP Drachten
Stamboek van oorsprong: Koninklijke Vereniging ‘Het Friesch Paarden-Stamboek’
2. Fokdoel
Instandhouding van het ras
Verbetering van het ras
3. Naam ras
Het Friese Paard
4. Gedetailleerde eigenschappen van het ras
Een functioneel gebouwd gebruikspaard in het bezit van de Friese raskenmerken, dat gezond en vitaal is, aanleg heeft om in de sport te presteren, een betrouwbaar karakter heeft en bewerkbaar is.
Uitgangspunt voor de formulering van het fokdoel is dat de doelstellingen ten aanzien van exterieur en gebruik niet ten koste mogen gaan van dierenwelzijn.
Thema’s
1. Gezondheid en vitaliteit
2. Karakter
3. Exterieur
4. Sportaanleg
1 VRUCHTBAARHEID, GEZONDHEID EN VITALITEIT
Een belangrijke doelstelling in de fokkerij van Friese paarden is selectie op gezondheid. Het Friese paard moet tot op hoge leeftijd geschikt zijn voor gebruik in sport, recreatie en fokkerij. De volgende aspecten zijn daarbij belangrijk:
Minimaliseren van erfelijke aandoeningen.
Vruchtbaarheid. Hengsten dienen een anatomisch normaal geslachtsapparaat te hebben met een acceptabele spermaproductie. Merries dienen gemakkelijk drachtig te worden en te veulenen zonder geboorteproblemen.
Vitaliteit. Friese paarden dienen een goede gezondheid te hebben. Voor duurzaamheid dient het paard een gezond skelet te hebben en een goede kwaliteit spieren, pezen en banden.
2 KARAKTER
Het fijne karakter van het Friese paard is een belangrijke raseigenschap die niet verloren mag gaan. Het KFPS heeft het karakter daarom expliciet in haar fokdoel opgenomen. De doelstellingen ten aanzien van karakter worden onderverdeeld in twee hoofdaspecten: betrouwbaarheid en trainbaarheid.
BETROUWBAARHEID
Het Friese paard is stabiel en gemakkelijk in de omgang en is eerlijk.
BEWERKBAARHEID
Het Friese paard is intelligent en heeft een meewerkend karakter, waardoor het paard zich gemakkelijk laat bewerken. Het Friese paard beschikt over doorzettingsvermogen en inzet.
3.EXTERIEUR
Als we het over het exterieur hebben, gaat het feitelijk om twee aspecten: de raseigenschappen die het Friese paard zo sterk onderscheiden van andere paardenrassen en de functionaliteit van het exterieur.
RASEIGENSCHAPPEN
Algemeen
Een paard dat door zijn imponerende front, royale behang, de zwarte kleur, de sierlijke belijning en verheven gangen een elegante verschijning is met veel uitstraling.
Hoofd
Een klein, sprekend en edel hoofd. De ogen zijn groot en staan ver uit elkaar. Het neusbeen heeft in zijaanzicht een licht gedeukt profiel. De kaken zijn licht. De oren zijn klein en neigen licht naar elkaar.
Hals
De hals en nek zijn lang en vormen gezamenlijk een licht naar boven gebogen lijn. De halsrichting is verticaal. De manenkam is van achteren gezien recht.
Behang
Het Friese paard heeft een royale beharing in de vorm van manen, staart en sokken.
Kleur
Het Friese paard heeft een gitzwarte haarkleur en heeft idealiter geen aftekeningen.
FUNCTIONEEL EXTERIEUR
Een functioneel exterieur staat ten dienste van het beoogde gebruiksdoel en doelstellingen ten aanzien van constitutie en levensduur. Het gaat dan om de bouw en het beenwerk van het Friese paard.
BOUW
Algemeen
Het Friese paard is harmonisch, functioneel en opwaarts gebouwd. Het paard is atletisch en heeft een goede bespiering. Het paard staat in het rechthoeksmodel, waarbij de verhouding van voor-, midden- en achterhand, 1:1:1 is.
Hals
De hals is lang, licht gewelfd en komt hoog uit de borst. De hoofd-halsverbinding is licht. De hals heeft een vloeiende aansluiting met de schoft.
Schouder
De schouder is lang en heeft een schuine ligging.
Bovenlijn
De schoft is goed ontwikkeld en loopt vloeiend door in de rug. De rug is sterk. De rug heeft een vloeiend verloop naar de lendenen. De lendenen zijn sterk en breed met een vloeiende overgang naar het kruis.
Kruis
Het kruis is lang en licht hellend.
Stokmaat
De gewenste stokmaat van het Friese paard ligt rond de 165 cm.
BEENWERK
Het beenwerk vormt het zo belangrijke fundament van een paard.
Algemeen
Voor- en achterbenen hebben correcte standen en zijn correct gesteld. De gewrichten zijn hard en droog.
Voorbenen
De voorbenen zijn van de voor- en zijkant gezien loodrecht geplaatst met een hoefbreedte tussenruimte. De onderarm en de pijp zijn lang.
Achterbenen
Het achterbeen heeft in zijaanzicht een optimale hoek. Het spronggewricht is droog, hard en goed ontwikkeld. Het achterbeen is van achteren gezien parallel gesteld.
Kogels & Koten
De kogels zijn van opzij gezien ovaal en droog. De koten hebben voldoende lengte en een optimale stand.
Hoeven
De hoeven zijn royaal en goed gevormd en zijn beiderzijds gelijk.
4 SPORTAANLEG
Het Friese paard is een veelzijdig gebruikspaard. Een gebruikspaard beschikt over een goed bewegingsmechanisme, een functioneel exterieur, uithoudingsvermogen, werklust en een bewerkbaar karakter. De doelstelling ten aanzien van de sport is dat het Friese paard op basis/subtop niveau competitief is en doorgroeit naar het hoogste niveau.
DISCIPLINES
De disciplines in de hippische sport, waar het fokprogramma op gericht is, zijn:
1. Dressuur onder het zadel
2. Mennen dressuur
3. Samengestelde mensport
4. Aangespannen sport
BEWEGING
In het gebruik, recreatief of in de sport, is een correcte beweging van het paard belangrijk. Het komt het welzijn van het paard ten goede en bevordert de duurzaamheid en prestaties.
Algemeen
De gangen zijn tactmatig. De paarden bewegen gedragen vanuit de achterhand met veel balans in een opwaartse houding. Ze beschikken over lichaamsgebruik en schakelend vermogen.
Stap
De stap heeft een zuivere 4-tact. De benen worden in stap van voor en achter gezien recht geplaatst. Het achterbeen wordt actief en ruim onder het lichaam geplaatst. Het voor- been wordt ruim naar voren weggezet.
Draf
De draf heeft een zuivere 2-tact. Het achterbeen wordt krachtig en ruim onder het lichaam geplaatst, waardoor het paard tot dragen komt. Het achterbeen toont daarbij veel buiging in het spronggewricht. Het voorbeen vertoont heffing in de voorknie en wordt ruim naar voren geplaatst. Het paard vertoont souplesse, balans en voldoende zweefmoment en beweegt in een opwaartse lichaamshouding. Van voor en achter gezien moeten de benen recht geplaatst worden.
Galop
De galop heeft een zuivere 3-tact. De galop wordt ruim en actief gesprongen met een dragend achterbeen en een vooruitgrijpend voorbeen. De galop is opwaarts en vertoont zweefmoment, souplesse en balans.
RELATIE FOKDOELKENMERKEN
In dit fokdoel zijn de doelstellingen ten aanzien van de individuele fokdoelkenmerken weergegeven. Ze dienen echter ook in samenhang met elkaar gezien te worden.
EXTERIEUR EN SPORTAANLEG
De relatieve weging tussen exterieur en sportaanleg/beweging is vastgesteld op 40:60. Deze weging speelt met name een rol bij de keuringen van Friese paarden.
BETROUWBAARHEID IN RELATIE TOT BEWERKBAARHEID
De bewerkbaarheid van het Friese paard ten behoeve van de sport wordt verder verbeterd, zonder dat dit ten koste mag gaan van de betrouwbaarheid.
5. Selectie- en fokdoelstellingen
Een functioneel gebouwd gebruikspaard in het bezit van de Friese raskenmerken, dat gezond en vitaal is, aanleg heeft om in de sport te presteren, een betrouwbaar karakter heeft en bewerkbaar is.
Uitgangspunt voor de formulering van het fokdoel is dat de doelstellingen ten aanzien van exterieur en gebruik niet ten koste mogen gaan van dierenwelzijn.
Thema’s
1. Gezondheid en vitaliteit
2. Karakter
3. Exterieur
4. Sportaanleg
1 VRUCHTBAARHEID, GEZONDHEID EN VITALITEIT
Een belangrijke doelstelling in de fokkerij van Friese paarden is selectie op gezondheid. Het Friese paard moet tot op hoge leeftijd geschikt zijn voor gebruik in sport, recreatie en fokkerij. De volgende aspecten zijn daarbij belangrijk:
Minimaliseren van erfelijke aandoeningen.
Vruchtbaarheid. Hengsten dienen een anatomisch normaal geslachtsapparaat te hebben met een acceptabele spermaproductie. Merries dienen gemakkelijk drachtig te worden en te veulenen zonder geboorteproblemen.
Vitaliteit. Friese paarden dienen een goede gezondheid te hebben. Voor duurzaamheid dient het paard een gezond skelet te hebben en een goede kwaliteit spieren, pezen en banden.
2 KARAKTER
Het fijne karakter van het Friese paard is een belangrijke raseigenschap die niet verloren mag gaan. Het KFPS heeft het karakter daarom expliciet in haar fokdoel opgenomen. De doelstellingen ten aanzien van karakter worden onderverdeeld in twee hoofdaspecten: betrouwbaarheid en trainbaarheid.
BETROUWBAARHEID
Het Friese paard is stabiel en gemakkelijk in de omgang en is eerlijk.
BEWERKBAARHEID
Het Friese paard is intelligent en heeft een meewerkend karakter, waardoor het paard zich gemakkelijk laat bewerken. Het Friese paard beschikt over doorzettingsvermogen en inzet.
3 EXTERIEUR
Als we het over het exterieur hebben, gaat het feitelijk om twee aspecten: de raseigenschappen die het Friese paard zo sterk onderscheiden van andere paardenrassen en de functionaliteit van het exterieur.
RASEIGENSCHAPPEN
Algemeen
Een paard dat door zijn imponerende front, royale behang, de zwarte kleur, de sierlijke belijning en verheven gangen een elegante verschijning is met veel uitstraling.
Hoofd
Een klein, sprekend en edel hoofd. De ogen zijn groot en staan ver uit elkaar. Het neusbeen heeft in zijaanzicht een licht gedeukt profiel. De kaken zijn licht. De oren zijn klein en neigen licht naar elkaar.
Hals
De hals en nek zijn lang en vormen gezamenlijk een licht naar boven gebogen lijn. De halsrichting is verticaal. De manenkam is van achteren gezien recht.
Behang
Het Friese paard heeft een royale beharing in de vorm van manen, staart en sokken.
Kleur
Het Friese paard heeft een gitzwarte haarkleur en heeft idealiter geen aftekeningen.
FUNCTIONEEL EXTERIEUR
Een functioneel exterieur staat ten dienste van het beoogde gebruiksdoel en doelstellingen ten aanzien van constitutie en levensduur. Het gaat dan om de bouw en het beenwerk van het Friese paard.
BOUW
Algemeen
Het Friese paard is harmonisch, functioneel en opwaarts gebouwd. Het paard is atletisch en heeft een goede bespiering. Het paard staat in het rechthoeksmodel, waarbij de verhouding van voor-,
midden- en achterhand, 1:1:1 is.
Hals
De hals is lang, licht gewelfd en komt hoog uit de borst. De hoofd-halsverbinding is licht. De hals heeft een vloeiende aansluiting met de schoft.
Schouder
De schouder is lang en heeft een schuine ligging.
Bovenlijn
De schoft is goed ontwikkeld en loopt vloeiend door in de rug. De rug is sterk. De rug heeft een vloeiend verloop naar de lendenen. De lendenen zijn sterk en breed met een vloeiende overgang naar het kruis.
Kruis
Het kruis is lang en licht hellend.
Stokmaat
De gewenste stokmaat van het Friese paard ligt rond de 165 cm.
BEENWERK
Het beenwerk vormt het zo belangrijke fundament van een paard.
Algemeen
Voor- en achterbenen hebben correcte standen en zijn correct gesteld. De gewrichten zijn hard en droog.
Voorbenen
De voorbenen zijn van de voor- en zijkant gezien loodrecht geplaatst met een hoefbreedte tussenruimte. De onderarm en de pijp zijn lang.
Achterbenen
Het achterbeen heeft in zijaanzicht een optimale hoek. Het spronggewricht is droog, hard en goed ontwikkeld. Het achterbeen is van achteren gezien parallel gesteld.
Kogels & Koten
De kogels zijn van opzij gezien ovaal en droog. De koten hebben voldoende lengte en een optimale stand.
Hoeven
De hoeven zijn royaal en goed gevormd en zijn beiderzijds gelijk.
5. Sportaanleg
Het Friese paard is een veelzijdig gebruikspaard. Een gebruikspaard beschikt over een goed bewegingsmechanisme, een functioneel exterieur, uithoudingsvermogen, werklust en een bewerkbaar karakter. De doelstelling ten aanzien van de sport is dat het Friese paard op basis/subtop niveau competitief is en doorgroeit naar het hoogste niveau.
DISCIPLINES
De disciplines in de hippische sport, waar het fokprogramma op gericht is, zijn:
1. Dressuur onder het zadel
2. Mennen dressuur
3. Samengestelde mensport
4. Aangespannen sport
BEWEGING
In het gebruik, recreatief of in de sport, is een correcte beweging van het paard belangrijk. Het komt het welzijn van het paard ten goede en bevordert de duurzaamheid en prestaties.
Algemeen
De gangen zijn tactmatig. De paarden bewegen gedragen vanuit de achterhand met veel balans in een opwaartse houding. Ze beschikken over lichaamsgebruik en schakelend vermogen.
Stap
De stap heeft een zuivere 4-tact. De benen worden in stap van voor en achter gezien recht geplaatst. Het achterbeen wordt actief en ruim onder het lichaam geplaatst. Het voor- been wordt ruim naar voren weggezet.
Draf
De draf heeft een zuivere 2-tact. Het achterbeen wordt krachtig en ruim onder het lichaam geplaatst, waardoor het paard tot dragen komt. Het achterbeen toont daarbij veel buiging in het spronggewricht. Het voorbeen vertoont heffing in de voorknie en wordt ruim naar voren geplaatst. Het paard vertoont souplesse, balans en voldoende zweefmoment en beweegt in een opwaartse lichaamshouding. Van voor en achter gezien moeten de benen recht geplaatst worden.
Galop
De galop heeft een zuivere 3-tact. De galop wordt ruim en actief gesprongen met een dragend achterbeen en een vooruitgrijpend voorbeen. De galop is opwaarts en vertoont zweefmoment, souplesse en balans.
RELATIE FOKDOELKENMERKEN
In dit fokdoel zijn de doelstellingen ten aanzien van de individuele fokdoelkenmerken weergegeven. Ze dienen echter ook in samenhang met elkaar gezien te worden.
EXTERIEUR EN SPORTAANLEG
De relatieve weging tussen exterieur en sportaanleg/beweging is vastgesteld op 40:60. Deze weging speelt met name een rol bij de keuringen van Friese paarden.
BETROUWBAARHEID IN RELATIE TOT BEWERKBAARHEID
De bewerkbaarheid van het Friese paard ten behoeve van de sport wordt verder verbeterd,
zonder dat dit ten koste mag gaan van de betrouwbaarheid.
6. Geografisch gebied
Lidstaat 1 Nederland
Activiteiten(en) Registratie paarden en uitvoeren fokprogramma
Aantal fokkers 5.083
Aantal fokdieren Ongeveer 40.000
Datum start activiteiten 1879
Lidstaat 2 Duitsland
Activiteiten(en) Registratie, paspoortuitgifte en selectie
Aantal fokkers 1.281
Aantal fokdieren 5.200
Datum start activiteiten 1992
Lidstaat 3 Italië
Activiteit(en): Registratie Friese paarden incl. afgifte stamboekpapier (pedigree) en paspoort
Aantal fokkers: 140
Aantal fokdieren: 700
Datum start activiteiten: 2015
Lidstaat 4 Frankrijk
Activiteit(en): Registratie, paspoortuitgifte en selectie
Aantal fokkers: 200
Aantal fokdieren: 2800
Datum start activiteiten: 2018
Lidstaat 5 Zwitserland
Activiteiten(en): Registratie, paspoortuitgifte en selectie
Aantal fokkers: niet bekend
Aantal fokdieren: niet bekend
Datum start activiteiten: 2018
Lidstaat 6 Denemarken
Activiteit(en): Registratie, paspoortuitgifte en selectie
Aantal fokkers: niet bekend
Aantal fokdieren: niet bekend
Datum start activiteiten: 2019
Lidstaat 7 Spanje
Activiteit(en): Registratie, paspoortuitgifte en selectie
Aantal fokkers: 27
Aantal fokdieren: 620
Datum start activiteiten: 2020
Lidstaat 8 Polen
Activiteit(en): Registratie Friese paarden incl. afgifte stamboekpapier (pedigree) en paspoort
Aantal fokkers: 150
Aantal fokdieren: 640
Datum start activiteiten: 27-04-2022
Lidstaat 9 Finland
Activiteit(en): Registratie Friese paarden incl. afgifte stamboekpapier (pedigree) en paspoort
Aantal fokkers: 60
Aantal fokdieren: 165
Datum start activiteiten: 08-06-2022
Lidstaat 10 Zweden
Activiteit(en): Registratie Friese paarden incl. afgifte
stamboekpapier(pedigree) en paspoort. Uitvoeren fokprogramma.
Aantal fokkers: 140
Aantal fokdieren: 600
Datum start activiteiten: 18-11-2024
7. Identificatie en registratie
Wijze van identificatie
Dekkingen worden binnen 14 dagen door de hengstenhouder gemeld via een digitale portal. Op basis van de geregistreerde dekking wordt een (digitaal) geboortebericht aangemaakt. De geboorte van een veulen wordt binnen 14 dagen (digitaal) gemeld, met de daarbij behorende registratiegegevens (naam, geboortedatum, aftekeningen, eventuele afwijkingen). Bij aanmelden krijgt een veulen een uniek registratienummer, beginnende met het UELN, gevolgd door het geboortejaar en het volgnummer. Veulens worden geïdentificee rd met een microtransponder, aan de voet van de moeder. Indien een veulen ter identificatie wordt aangeboden, zonder moeder, dient afstammingsverificatie plaats te vinden middels DNA. Bij identificatie worden aftekeningen weergegeven, alsmede drie kruinen ingetekend in de schets. Na identificatie ontvangt de houder een paardenpaspoort en een stamboekcertificaat.
Afstammingsverificatie vindt plaats voor alle paarden die voor de fokkerij benut worden, maar ook in geval te late aanmelding van dekking en geboorte heeft plaatsgevonden. Afstammingsverificatie vindt ook plaats als een microtransponder niet meer werkt/uitleesbaar is.
b. Controlesystematiek
Controle van de identificatie vindt plaats middels een chipreader: bij identificatie van een veulen (uitlezen chip moeder), keuringen, aanlegtesten, etc. In het geval een chip niet uitleesbaar is
wordt deze vervangen, na afstammingsverificatie middels DNA-onderzoek.
8. Systeem voor registratie van de afstamming
Voor de registratie van paarden wordt gebruik gemaakt van het paarden administratie
programma EQUIS. De data wordt opgeslagen in een (SQL)database in een datacenter. Van alle paarden is de volledige afstamming tot aan de ‘founders’ opvraagbaar in EQUIS.
9. Plan voor creatie of reconstructie van het ras
Niet van toepassing.
10. Prestatieonderzoek
Wijze van gegevensverzameling
Keuringen: tijdens keuringen worden exterieurgegevens vastgelegd en verzameld door een door
het stamboek opgeleid jurycorps. De vastlegging vindt plaats middels een premiestelsel en een lineaire score formulier, waar alle paarden voor 25 constaterende exterieur- en bewegingskenmerken in 9 klassen worden gescoord, alsmede 5 waarderende (hoofdkenmerken)kenmerken.
Aanlegtesten: het KFPS kent drie aanlegtesten (IBOP, ABFP, CO) waarbij de paarden onder het zadel en/of aangespannen worden voorgesteld en beoordeeld, door een door het stamboek opgeleid jurycorps. Tijdens CO en ABFP worden tevens karaktereigenschappen lineair gescoord door de trainers van de paarden.
Genomics: Dragerschap van erfelijke aandoeningen vindt plaats via ontwikkelde DNA-tests. Overige: bij de hengstenselectie wordt gebruik gemaakt van spermaonderzoek en röntgenologisch onderzoek
b. Wijze van registratie, validatie, communicatie van gegevens digitaal via ‘Mijn KFPS’ op de KFPS-website.
Data van paarden wordt deels digitaal en deels handmatig geregistreerd in Equis, een software programma voor paarden registraties. Verschillende validatie controles worden uitgevoerd.
Verschillende belangrijke informatie wordt ontsloten via de website, bes loten Mijn KFPS welke gekoppeld is aan de data in Equis.
c. Toepassing gegevensverzameling in het kader van selectiedoelstellingen
De resultaten van keuringen, aanlegtesten zijn voor hengsten bepalend of ze worden toegelaten voor de dekdienst. De resultaten van keuringen en aanlegtesten zijn voor merries bepalend voor het behalen van predicaten. Er is een hiërarchisch predicatenstelsel, dat mede de foktechnische waarde van een paard bepaalt.
De verzamelde gegevens worden daarnaast gebruikt voor fokwaardeschatting. Fokwaarden nemen een steeds belangrijkere positie in, in het fokprogramma.
11. Genetische evaluatie
a. Beschrijving van informatie en gegevens die worden meegenomen in de fokwaardenschatting, en herkomst daarvan
Alle verzamelde informatie over exterieur, beweging, sportaanleg, en karakter wordt
meegenomen in de fokwaardenschatting. Er wordt gebruik gemaakt van een BLUP-animalmodel, waarbij alle familieverbanden in het schattingsmodel worden meegenomen.
b. Wijze van genetische en genomische evaluatie
Er is alleen sprake van genetische evaluatie en dit wordt gedaan met een BLUP-diermodel (CRV, Arnhem).
c. Methode voor meten van betrouwbaarheid geschatte fokwaarden
De betrouwbaarheid is een berekende ‘uitkomst’ uit het schattingsmodel. Deze is afhankelijk van de erfelijkheidsgraad van het betreffende kenmerk, maar ook op basis van de hoeveelheid
informatie (zoals het aantal nakomelingen).
12. Indeling van het stamboek
a. Onderverdeling in hoofdsectie en aanvullende secties
Hoofdsectie: Hoofdsectie
b. Onderverdeling in klassen van de hoofdsectie
Onderverdeling in klassen van de hoofdsectie is wel van toepassing.
Klasse: Hoofdboek
Klasse: Bijboek I
Klasse: Bijboek II
Klasse: Bijboek D
c. Voorschriften, criteria en procedures voor opname van dieren in hoofdsectie en aanvullende secties
Hoofdsectie: alle paarden waarvan beide ouders in de hoofdsectie geregistreerd zijn, worden in
de hoofdsectie geregistreerd.
d. Voorschriften, criteria en procedures voor opname in klassen binnen hoofdsectie
Hoofdsectie – Hoofdboek: Vader is een goedgekeurde hengst en de moeder is een paard in
de hoofdklasse.
Hoofdsectie – Bijboek I: Vader is een hengst met een beperkte dekvergunning. Moeder is
een paard geregistreerd in de hoofdklasse of in Bijboek I.
Hoofdsectie – Bijboek II: Vader heeft geen goedgekeurde status noch een beperkte
dekvergunning.
Hoofdsectie – Bijboek D: Vader is een hengst die door een dochterstamboek is
goedgekeurd, maar niet erkend is door het KFPS.
e. Voorschriften opname paarden van ander ras of specifieke hengstenlijn of merrielijn binnen dat andere ras in de hoofdsectie
Niet van toepassing.
13. Voldoende fokdieren en fokkers
a. Aantal ingeschreven dieren in stamboek
Klasse Hoofdboek M: 45.549 V: 43.398
Klasse Bijboek I M: 1.140 V: 1.298
Klasse Bijboek II M: 1.199 V: 1.413
Klasse Bijboek D M: 161 V: 203
Trend: gelijkblijvende trend
b. Aantal dekkingen
Aantal: geen
c. Aantal inseminaties
Aantal: 4.650
Trend: lichte toename
d. Aantal mannelijke dieren ingezet voor de fokkerij
Aantal: 131
Trend: gelijkblijvend
e. Aantal volwassen vrouwelijke dieren tussen 3 en 20 jaar dat staat ingeschreven in het stamboek
Aantal: 40.919
Trend: gelijkblijvend
f. Aantal geboren dieren
Aantal: 3.656
Trend: lichte toename
g. Aantal actieve fokkers
Aantal: 2053
Trend: afname
h. Aantal leden/aangeslotenen
Aantal: 5.083 (alleen Nederlandse leden)
Trend: lichte afname
14. Beleid inteeltproblematiek en erfelijke gebreken
- Via de website kunnen leden het inteeltpercentage van een beoogde paring berekenen. Het
stamboek geeft hierin de norm aan.
2. Sinds 1992 wordt een deklimiet gehanteerd, om de invloed van individuele hengsten te kaderen.
3. De mate van verwantschap van een individueel paard met de populatie is weergegeven in een kengetal (kinship). Hierm ee worden de ‘outcross’ dieren in de populatie geïdentificeerd. Dit kengetal speelt een belangrijke rol bij de selectie.
4. Voor erfelijke gebreken zijn op initiatief van het KFPS DNA-tests ontwikkeld, waarmee dragerdieren geïdentificeerd kunnen worden. Met deze informatie kunnen risicoparingen voorkomen worden.
15. Afgifte paardenpaspoorten en zoötechnische certificaten
a. Beschrijving welke documenten er worden afgegeven
Paardenpaspoorten
b. Afgifte certificaten door spermacentrum / embryoteam
Er worden geen certificaten afgegeven door een spermacentrum en/of embryoteam.
16. Uitvoering fokprogramma
a. Beschrijving medewerkers
De werkorganisatie bestaat uit 12 mensen. Het MT bestaat uit 3 HBO-ers en 1 WO-er. Met de stamboekadministratie zijn 3 medewerkers belast, alle drie met een Mbo-opleiding. De waarborging van kwaliteit zit met name in nauwkeurige processen, die in het managementsysteem zijn ingebouwd. Daarnaast vindt er monitoring plaats. Naast de werkorganisatie zijn 25 freelance juryleden actief en 20 freelance paspoortconsulenten. Voor juryleden en paspoortconsulenten is er een bijscholings – en uniformeringsprogramma.
b. Beschrijving beschikbare faciliteiten en apparatuur
Het paardenmanagementsysteem EQUIS wordt extern gehost, evenals de database met paardengegevens en wordt vanuit het KFPS-kantoor via internet benaderd. Voor het uitlezen voor microtransponders worden chipreaders gebruikt. Voor het uitlezen van chipnummers op de identificatieprotocollen worden barcode-scanners gebruikt.
17. Uitbesteding activiteiten
Niet van toepassing.