HK-nieuws | ‘Inzichten in de levensduur van het Friese paard’ door ir. Marije Steensma
Ir. Marije Steensma, bekend van haar fokkerijonderzoek “Behoud van het Friese paard”, presenteert tijdens de KFPS Hengstenkeuring de eerste resultaten van een nieuw deelonderzoek, “Inzichten in de levensduur van het Friese paard”. De presentaties vinden plaats op vrijdag 16 januari om 15.15 uur (Nederlands) en 16.30 uur (Engels).
Steensma is afgestudeerd in Dierwetenschappen aan de Wageningen University & Research en is momenteel bezig met haar promotieonderzoek. Tijdens haar presentatie geeft ze inzicht in het onderzoek, dat ingaat op de levensduurverwachting en -verbetering van het Friese paard.
Verzamelen van gegevens
Een ingewikkeld item waar bij paarden nog weinig onderzoek naar is gedaan, zo zal blijken, omdat er over het algemeen bij paarden niet veel gegevens bekend zijn over overlijdensregistraties en welke paarden nog levend zijn. Dat geldt niet perse voor Friese paarden, maar voor paarden in het algemeen. Steensma: ‘De registratie van bijvoorbeeld de levensbeëindiging van koeien en varkens is vele malen beter, door het gebruik van centrale databanken met gegevens over geboortes en overlijdens.’
‘Bij paarden is het zo dat als er een paard sterft, het stamboek afhankelijk is van de individuele eigenaar voor het doorgeven van deze informatie door het opsturen van de papieren of als ‘overleden’ registreren via MijnKFPS. In de praktijk is dat wel aan de orde, maar dat gebeurt lang niet altijd. Doordat niet alle overlijdens worden gemeld, kunnen we ook niet met zekerheid zeggen welke paarden nog leven. Voor de data zijn we dus afhankelijk van wat eigenaren doorgeven; dat maakt het verzamelen van gegevens lastig.’
Vragenlijsten
Toch is er alles aan gedaan om meer te weten te komen, bijvoorbeeld aan de hand van vragenlijsten die in de zomer van 2025 aan KFPS-leden en niet-leden werden gestuurd, waarbij informatie over de paarden die zij op dat moment in hun bezit hadden verzameld werd. Dat leverde gegevens op van ruim 9.000 paarden, naast de al bekende overlijdensregistraties van zo’n 31.000 paarden. De presentatie van Steensma is gebaseerd op die input.
Leeftijd en oorzaak van overlijden
Ook gegevens over leeftijd en oorzaak van overlijden werden verwerkt. Op basis van beschikbare overlijdensdata leverde dat een mediane maar niet realistische leeftijd op van nog geen 14 jaar. ‘Deze leeftijd is hoogstwaarschijnlijk een onderschatting van de werkelijke leeftijd door een mogelijke vertekening in de overlijdensregistratie. Overlijdens van paarden op jonge leeftijd worden vermoedelijk consequenter gemeld, terwijl sterfte op latere leeftijd vaker ongeregistreerd blijft.’
‘Dit hangt onder meer samen met het feit dat oudere paarden zich vaker bij eigenaren bevinden die geen lid zijn van het KFPS en/of er het nut niet van inzien en – vooral – omdat eigenaren van gestoven paarden veel waarde hechten aan het stamboekpapier’, aldus Steensma. ‘Wat misschien niet iedereen weet, is dat het papier na registratie van het overleden paard gewoon weer worden teruggestuurd naar de eigenaar.’
Erfelijkheid
Toch is er uit de gegevens over de levensduur van Friese paarden wel een en ander af te leiden, stelt Steensma. Zo hebben hengstveulens een grotere kans op sterfte dan merrieveulens en varieert de erfelijkheid van levensduur van 3 tot 9% afhankelijk van verschillende levensfases. Ondanks de relatief lage erfelijkheidsgraad van levensduur kan geconcludeerd worden dat levensduur verbeterd kan worden doormiddel van selectie.
Betrouwbare data
Het is belangrijk om continu informatie te verzamelen, benadrukt de onderzoeker: ‘Hoe meer betrouwbare data, hoe beter er kan worden gehandeld in het belang van het ras.’ Daar kunnen paardeneigenaren een belangrijke bijdrage aan leveren, door bijvoorbeeld overlijdens van hun paarden door te geven aan het KFPS.
Meer nieuws